
Een spaarhypotheek is een hypotheekvorm waarmee een eigen woning kan worden gefinancierd. De hypotheek bestaat uit twee delen: een hypothecaire lening en een spaarverzekering. Iemand die een spaarhypotheek heeft, betaalt twee rekeningen: één voor de lening, deze rekening bestaat alleen uit rente en één voor de spaarrekening, op die rekening wordt kapitaal opgebouwd. Met het geld op de spaarrekening wordt uiteindelijk - meestal na 30 jaar - de hypotheek in één keer afgelost.
De spaarhypotheek heet een gemengde verzekering omdat er wordt uitgekeerd bij leven en overlijden. De hypotheekgever betaalt - naast de rente over de geleende koopsom - een premie. Die premie bestaat uit twee delen: een spaardeel en een risicodeel. Met het spaardeel wordt een bedrag opgebouwd waarmee na 30 jaar de hypotheek kan worden afgelost. Met het risicodeel is men verzekerd van een uitkering bij overlijden. Wordt de woning gekocht door twee personen (bijvoorbeeld een echtpaar of samenwoners) dan kunnen beide partners worden verzekerd bij overlijden. Overlijdt één partner, dan wordt de hypotheek in één keer afgelost, de ander is dan schuldenvrij. Dit moet wel vooraf worden vastgelegd. Normaal gesproken is de overlijdensuitkering voldoende om de hypotheek af te lossen. Er zijn echter ook aanbieders die naarmate de tijd verstrijkt steeds minder uitkeren, de overlijdensrisicoverzekeringen van de DSB Bank zijn in 2008 en 2009 onder andere om die reden in opspraak gekomen. Aan het einde van de looptijd van de hypotheek - meestal na 30 jaar - wordt het met het spaardeel van de premie bijeengespaarde bedrag in één keer uitgekeerd. Met dit bedrag kan de hypotheeknemer de hypotheek aflossen.